(Wa’s dat
lopuh eigenlijk bezopuh..)
Dit is het wonderbaarlijke overlevingsverhaal
van team alfa (een halve Henk, Jeroen en Erik), dat zich een weg baande
door de woeste wereld van de Franse Ardennen.
Een aantal zieke geesten kroop rond
de rode koelkast samen op zoek naar bier. Helaas, ook deze keer ontbrak
het in de flat aan het o zo kostbare vocht. "Het is hier toch een
onleefbare situatie!" slaakte een niet nader te benamen flatgenoot
uit. "Geen bier, verwarming in reparatie en de dichtsbijzijnde Casper
is uren lopen verwijderd, het is hier een ware survival!" Dat liet
Henk zich geen 2 keer in de oren vallen en trots trok hij uit zijn achterzak
het 3 kilo wegend standaardexemplaar van "Survival voor Dummies".
En zo ontstond het plan om ons uithoudingsvermogen
eens ècht op de proef te stellen. We zouden een hoop rotsen en bossen
gaan trotseren. Geen koelkast, geen bier, geen muur, geen 25 piek patat,
geen beschaving, geen buren (hoewel dat wel weer fijn is). In een vlaag
van verstandsverbijstering stemden een aantal in om de hachelijke tocht
te gaan ondernemen. Eelke, Erik, Ferry, Henk, Jeroen en Martijn zouden
de bikkels der bikkels van de flat gaan worden. No gear, no fear!
Dat "no gear" zou trouwens
wel eens een probleem kunnen worden. Hoe sleep je al je hoognodige zut
mee die bergen op en die bossen in als je daar geen uitrusting voor hebt?
Dus daar moest nog wel even wat op gevonden worden. Wat is de meest voor
de hand liggende plaats om je uitrusting te gaan halen? Alkmaar natuurlijk.
Dus waar gaan we heen? Heerhugowaard natuurlijk. Waar zullen we onze kaarten
dan eens gaan kopen? Amsterdam natuurlijk!
Nadat de kaarten waren gekocht in
A’dam ging de weg richting H’H’waard, alwaar de Ward weer willens en wetens
wat wonderbaarlijke waren wist te presenteren in warme woonomgeving. "Vreten
kreng, we motten morruguh weer vroeg op om naar Allukmaar te gaan..."
‘s Avonds werd er een complot gesmeed om het aanwezige vrouwvolk af te
schudden. Alleen bikkels naar de dumpstore! Martijn mocht ook mee.
Terwijl Erik zichzelf stond te wurgen
in een poncho pasten Eelke en Henk wat kisten omdat zij geen loopschoenen
hadden. Ferry ging op zoek naar een rugzak en Martijn en Dirk vormde wat
extra ballast op Eelke zijn rug: "Je past die kisten perfect! Je komt
er de eerste keer altijd wat moeilijk in hoor!" Terwijl Stok zijn
erotische fantasiën de loop liet gaan op een combinatie van aldaar
verkrijgbare handboeien en een van de verkoopsters zochten de andere bikkels
wat army-bisquits bij elkaar. Ferry verkende de aldaar beschikbare slaapgelegenheden.
Nadat alle uitrusting was binnengehaald
begon een slentertocht door Alkmaar, zodat Eelke en Henk in hun nieuwe
kisten alvast wat blaren op konden lopen. En dat alles voor een stukkie
klitteband en een rits voor Ferry zijn slaapzak...
Deel één van de voorbereidingen
was alvast achter de rug. Nu alleen nog wat oefenen met het lopen. Team
alfa had als eerste de plannen opgevat om te gaan oefenen, maar zoals gewoonlijk
was dat weer een geheel in de eigen belevingswereld van Stok onstaan en
wisten de andere teamleden daar eigenlijk niets van af. Team bèta
(in den beginne waren daar nog Eelke Ferry en Martijn, later werd Eelke
ingeruild voor een van de gespleten persoonlijkheden van Henk) was eerder
met een looptraining. Deze werd in nog steeds onbekende richting gestart
en reeds bij de eerste afslag liet het richtingsgevoel van alle leden hen
in de steek. Dit resulteerde in een blaar van oneindige afmeteingen op
het hielvlak van Eelke die hiermee bewees noch Ardennen noch bossen nodig
te hebben om zijn voeten volledig naar de sodemieter te helpen. Eelke moest
vanwege dit euvel de titel Bikkel-der-flatbikkels jammerlijk aan zich voorbij
laten gaan. Dat team alfa een stuk schuurpapier in het hielvlak van de
kisten van Eelke had gelijmd mag slechts een toevalligheid heten.
Team alfa besloot na lang aarzelen
ook tot training over te gaan. Een trip op en neer naar Hengelo liet zien
dat training voor deze bikkels echt overbodig was. Onderweg werd er op
de handen gelopen, gehinkeld, er werden sprintjes getrokken en men sprong
over sloten om toch de uitdaging een beetje te voelen. Na al deze praktijken
geen blaar te bekennen. Dat kan natuurlijk ook komen omdat het team de
tent een kilometer van de Campus in de berm van de weg opzette en 3 kwartier
later terugkeerde naar de Campus aldaar bewerend dat ze het traject snel
afgelegd hadden.
Op de dag voor het vertrek was er
afgesproken in Schiedam bij Paula om de volgende ochtend vanaf daar te
vertrekken. Maar eerst dienden de laatste boodschappen gedaan te worden.
Een kratje Palm en andere elementaire benodigdheden. Terwijl Martijn en
Ferry het aantal kubieke cm jam per bisquit stonden te berekenen zorgden
de anderen voor de nodige spullen. Aan de kassa werd na kort overleg vastgesteld
dat 1 linnen tasje voor 60 kilo boodschappen misschien toch wat optimistisch
geweest was. Na een korte succesvolle speurtocht naar wat goede dozen besloten
we ze met rust te laten en de booschappen in kartonnen dozen in te laden
en mee te nemen.
Buiten de winkel werd na een tweede
beraad geconcludeerd dat het wellicht ook handig geweest was om wat andere
kleine boodschappen die ook nog gedaan dienden te worden wellicht beter
vooraf gedaan hadden kunnen worden. Martijn en Eelke trokken Schiedam in
met een kratje palm op zoek naar een opener... nee, wat boodschappen. De
rest vertrok richting Paula met de af en toe ietwat zware dozen, maar de
dozen met boodschappen vielen wel mee...
Terwijl team alfa de laatste spullen
inpakten arriveerden ook Eelke en Martijn lallend met de inmiddels wat
lichtere krat en de rest van de booschappen. Nadat we Eelke hadden overtuigd
dat hij maar beter de trein veilig naar huis kon nemen kon het feest beginnen:
een veel te vaak op TV vertoonde Bruce Lee film met hier en daar een stuk
taart en bier met daarin drijvende stukken plafond. Siroop combineert daar
trouwens ook erg goed mee.
Er ontstonden al snel discussies
over elkaars uitrusting. "Wij (team bèta) hebben kaarten bij,
wat hebben jullie eigenlijk bij jullie als amusement?" Stok: "Ik
heb vaseline gekocht..." En zo ging het de hele avond door.
De volgende ochtend werd er vroeg
vertrokken vanaf Paula d’r huis richting station Schiedam Nieuwland. "Martijn,
als je die slaapzak zo voor je hebt hangen breek je daar in de Ardennen
toch waanzinnig je nek!" Terwijl Martijn vakkundig zijn nek 3 keer
brak over wat stoeptegels verklaarde hij dat dat wel mee zou vallen. Terwijl
Ferry liep alsof hij zijn postronde in recordtijd moest afronden besliste
de rest op enige afstand daarachter dat we de trein dan maar krapjes zouden
halen. Reeds uitgeput van de wandeling naar het station stortten we vermoeid
in de trein neer op de banken. Een voorstel ons kamp op te slaan op de
Coolsingel werd al geopperd.
Eenmaal op R’dam CS werd toch maar
besloten naar de loketten te gaan om een kaartje te kopen richting de Belgische
grens om vanaf daar door te kunnen reizen naar les Ardennes. Bij het loketten
dwongen we met fysiek geweld zoveel mogelijk korting af (och, het was best
een aardige kerel achter dat loket) en we bestormden de internationale
trein richting Paris Nord van een half uur eerder dan gepland. "Deze
plaatsen zijn gereserveerd, laten we hier maar gaan zitten!" "Nee,
we kunnen beter die minder comfortabele plaatsen daar nemen, die zijn namelijk
ook gereserveerd, dan moeten we te Rosendaal tenminste opstaan." Na
een kwartier wisselen van plaatsen en het aan de kant meppen van internationale
klappen ontvangende (Hier, pats! Cela, whopp! Da, klünt! Verdammt
noch mal! Dof!) railtenders vonden we (ongeveer ter hoogte van Brussel
Noord) wat vrije plaatsen. In Brussel Noord stapten we over op de trein
richting Dinant. Aldaar namen we de bus richting Givet.
In Givet zochten Martijn en Jeroen
uit via een touch-screen computer wat de reis richting Vireux zou kosten.
Terwijl de rest kaartjes kocht aan het loket ondervonden Jeroen en Martijn
waarom zo’n ding touch-screen en niet hit-screen heet: slaan gaan die dingen
van kapot. Wegvluchtend van de rokende kaartjescomputer vonden we de juiste
trein en voor we het wisten waren we in Vireux aangekomen.
Wat is het eerste wat je doet als
je in zo’n dorpje aankomt? Een café zoeken natuurlijk. En terwijl
we aan een pintje zaten verbaasden Martijn en Ferry zich nog over de schaal
van onze kaarten. "Als die afstanden allemaal zo kort zijn dan wordt
dit echt een makkie!" We zouden ze later nog wel anders horen piepen.
Na zich fix moed ingedronken te
hebben vertrok team alfa richting hun eerste kampeerplaats. Nauwkeurig
werd de kaart bekeken en er werd besloten de route langs de Maas te volgen
omdat deze allicht het mooiste zou zijn. Na ongeveer 50 meter langs de
Maas gelopen te hebben corrigeerden ze deze fout omdat de route zich enigzins
onder water begon te begeven. Slechts 20 meter tegen een supersteile Maas
oeverwal: een goed begin is het halve werk.
Terwijl team alfa de valse honden
van zich af sloeg bereikten ze de randstad van Vireux. Aldaar bleek dat
de route die thuis gepland was rechtstreeks door de voortuin van een wel
heel erg privé vilagebeuren leidde. Dan maar een andere route. En
zo kwamen de drie bikkels midden tussen de kleine meisjes op de manege
terecht. "Kleine meisjes, kleine meisjes", schreeuwde Henk terwijl
hij kwijlend er op af stormde. Onder toezicht van Jeroen en Erik mocht
Henk even zijn gang gaan, maar niet te lang, want dat betekende alleen
maar vertraging. Henk stonk nog uren naar de aldaar aanwezige paardestront.
Stok merkte heel snugger op toen
ze hun weg vervolgden: "We hoeven alleen het pad maar rechtdoor te
volgen... makkie!" Okee, strak plan... alleen... WELK pad. Een wir
war van aanwezig paden zorgde voor verwarring onder de leden van team a.
Op het kompas lopen had ook weinig zin: van de paden kon je niet af
vanwege de bramen. Na een kort overleg werd unaniem besloten: we gingen
de verkeerde kant op.
Team alfa kwam na een korte wandeling
terecht bij Fontain aux charmes, een bron in het midden van het bos. Terwijl
Henk op niet al te lange afstand met zijn urine de zuurgraad in het grondwater
probeerde op te krikken, genoten Jeroen en Erik van het vers stromende
water. "Het smaakt wel wat zurig!’ merkte Erik op. Jeroen merkte er
niets van, maar later op de route zou Jeroen volledig hallicunerend op
de rand van een afgrond op de been moeten worden geholpen door Henk en
Erik.
Na een korte analyse van de kaart
werd de conclusie getrokken dat de prijs/kwaliteitsverhouding van de kaart
aan alle kanten scheefgetrokken geweest moest zijn, want wij konden niet
vinden waar we ons bevonden. "Rechtdoor dan maar!" gaf Henk als
deskundig advies. "Volgens mij kunnen we beter Windows 95 opnieuw
opstarten, dat helpt altijd!" reageerde Erik adrem. We kozen een donkere
doorgang tussen de dennebomen door en belandden zowaar weer op de route.
Het werd later en later en er werd
besloten een plaats te zoeken om te overnachten. We kwamen tot dat besluit
ondanks dat het nog maar 16.00u was, omdat we -megabikkels als we zijn-
anders team bèta wel heeeeel erg in de pan zouden hakken. "Laten
we doorlopen tot dit punt," zei Jeroen terwijl hij wees op de rand
van de kaart. Na een democratisch overleg besloten Henk en ik dat we iets
dichterbij neer zouden strijken.
Terwijl het uitgekozen overnachtingspunt
in zicht kwam bedachten we ons dat we ook nog een markering achter dienden
te laten. Het was namelijk dat het andere team (wellukuh anderuh?) het
aangebrachte symbool/signaal bij thuiskomst bevestigde zodat er bewezen
werd dat men in aanmerking mocht komen voor de bikkel der bikkels titel.
Terwijl Jeroen een hoopje uitwerpselen
wilde neerlegen bij wijze van markering, zochten Erik en Henk naar wat
andere oplossingen. "Ik kan jou wel even voor een auto gooien, dat
ongeluk is morgen vast nog zichtbaar!" opperde Henk. We besloten een
snelverband om een slagboom te leggen (spin off van de brainstorm sessie).
Terwijl we onze weg vevolgden door
de woeste wildernis werden we regelmatig begroet door aldaar auto-wassende
toeristen. Mischien was het er toch niet zo onherbergzaam als we dachten.
Er werd besloten een beschut plaatsje te zoeken. Twee meter de bosjes in
leek ons wel wat. Basecamp ‘bosjes-op-heuvel’ was operationeel.
Nu gaan we hout sprokkelen, zodat
we een enorm vuur kunnen maken. Terwijl Erik een kruimelspoor uitzette
om de weg niet kwijt te raken kwamen Jeroen en Henk met ladingen hout aangezet.
Het zou een prachtvuur worden.
Terwijl het 10cm hoge vlammetje
ons de nodige warmte verschafte constateerden we dat er wel erg veel rookontwikkeling
plaatsvond. Aangezien we 2 meter van de bewoonde wereld leken te zitten
onstond de zorg dat we misschien wel gesignaleerd zouden kunnen worden
door de aldaar gevestigde boswachter. Terwijl wij ons zoet hielden met
het idee dat de rook snel zou opstijgen en verdwijnen werd er door de neerwaartse
luchtstroom langs de helling een mooie geconcentreerde rookwolk naar het
midden van de vallei gestuurd zodat het daar leek alsof het halve bos reeds
in vlammen was opgegaan.
Nadat het vuurtje niet leuk meer
was werd er besloten tot slapen over te gaan. Voor de volgende dag stond
er nog een fikse wandeling op het programma. Terwijl Henk zich insmeerde
met anti-vries zetten Jeroen en Erik de tent op. "Een echte bikkel
heeft geen tent nodig! Alleen ik maak nu nog kans op de titel bi-ba-bikkel!"
riep Henk. Later in de nacht gleed Henk op de op zijn slaapzak ontstane
ijslaag de tent binnen. "Ik hoorde allemaal beestjes, straks doen
ze me wat!" Slechts na het voorlezen van een aantal verhaaltjes wilde
Henk de slaap vatten. Jammer van de titel...
De volgende ochtend werd besloten
dat na een snel ontbijt de tocht voor de overwinning in de halve finale
zou worden ingezet. Er werd een avontuurlijke route uitgezet waarbij het
nodige gevaar niet werd geweken: een beek (tja, je bent een held of je
bent het niet)!
Allereerst diende nog een heuveltje
te worden bedwongen. Nou ja, heuveltje, een stevig uit de kluiten gewassen
helling. Nou ja, helling, een aardige rotshoop. Berg! Takkeberg! Klote!
Dit lijkt de Mount Everest wel! Affijn, met het grootste gemak waren we
aan de top beland.
Boven besloten we het kompas eens
te raadplegen welke richting we dienden aan te houden. Dat werd snel bepaald!
Rechtdoor! En bikkels als we waren gingen we rechtdoor, ondanks de steeds
stijler wordende helling. Op een bepaald punt werd besloten om wat snelheid
te minderen bij het afdalen maar wat bomen vast te houden, omdat 50% helling
toch wel wat veel is. Met armen van een meter langer kwamen we beneden
aan.
Poeh, dat zat er op. We besloten
ons even op te frissen, want Jeroen en Erik konden de penetrante zweetgeur
van Henk niet langer verdragen. Om te voorkomen dat het hele beekje zou
uitsterven en er voor Erik en Jeroen geen was water meer zou zijn, besloot
Henk als laatste te gaan. Heerlijk. Met een praktisch flesje wist Erik
vers drinkwater tevoorschijn te toveren. "Met deze oplossing is het
water goed drinkbaar." Als je niet moeilijk deed over een chloorvergiftiging
meer of minden dan was dat daadwerkelijk het geval.
Terwijl gestart werd aan de volgende
beklimming nam Henk nog wat foto’s. Erik had het fototoestel aan Henk gegeven
omdat hij verwachtte dat hij bij de afdaling aan de andere kant van de
berg zijn tas eerst zou laten vallen alvorens hij er achter aan sprong.
"Dan zou het toestel wel eens kunnen sneuvelen!" Terwijl Erik
onderaan de heuvel de scherven van de gaslamp uit zijn slaapzak trok konden
Jeroen en Henk genieten van een rustpauze waarin kon worden nagedacht over
de oversteek van de levensgevaarlijke.....BEEK!
"We zoeken een punt waar het
niet al te diep is en dan steken we gewoon over!" aldus Jeroen. "Onze
schoenen zijn hoog genoeg!" opperde Erik vol goed moet. "Het
stroomt anders wel wat hard jongens," zei Henk voorzichtig.
Aangekomen bij de plaats waar het
dan diende te gebeuren zagen we dat het toch om een serieuze beek ging.
Jeroen ging voorop. De rugzak hield hem in balans. Echter keek hij in het
heldere water de toekomstige ondergang recht in de ogen: algen... De stenen
waarop we moeilijk stonden te balanceren waren rijkelijk voorzien van een
laag algen waardoor ze spekglad werden. Plons, daar stond Jeroen met zijn
schoen onder water. "Wat moet ik doen?" riep Jeroen terwijl hij
achterom keek en zag dat de weg terug verperd was door het acrobatische
duo Halsbrekende Henk en Enkelvouwende Erik. "Ja, loop nu maar door,
nu zijn je schoenen toch al nat!" riep Erik terwijl hij z’n enkel
nog eens dubbel vouwde.
Natte schoenen, het ergste wat je
kan hebben als je een lang stuk moet lopen. Zelfs bikkels vrezen hiervoor.
Maar Jeroen zette zijn tanden op elkaar en plonste zijn stelten door de
beek en bereikt de overkant. Met een trapezestunt belandden Erik en Henk
weer op de kant (geen applaus).
Henk had een aardige suggestie (ah
nee, niet weer suggesties...): "We doen onze schoenen uit en stropen
onze broek op. Dan blijft alles droog! De beek is maar knie-diep."
Hij was vergeten te zeggen dat de temperatuur van de beek in april onder
het vriespunt ligt en dat je voeten in dergelijk koud water voor ALLES
gevoelig zijn. Erik hoefde het slechts te bekopen met een snee in de voetzool.
Bikkels voelen geen pijn! Dat deed dus erg veel pijn!
Na een tijdje soppen in de schoenen
begon de damp uit zijn schoenen Jeroen naar het hoofd te stijgen en wilde
hij hoe dan ook een hapje eten op "dat mooie plekje daar op die rots".
Het tikken van dit verslag gaat nog moeizaam door alle doornen van de bramenstruiken,
maar het WAS me toch een mooi plekje! Henk en Erik waren al bezig met vervloekingsrituelen
toen Jeroen zijn verontschuldigingen aanbood. "Nou, voor deze keer
dan Jeroen!" De sfeer was nog steeds perfect dus...
Na nog twee uur bikkelen kwamen
we aan in Felenne. Beschaving... waar beschaving is zijn gebouwen... waar
gebouwen zijn, zijn cafés... waar cafés zijn is bier... waar
bier is zijn Ferry en Martijn... Helaas moesten we het bier met z’n 3n
opdrinken, want Martijn en Ferry arriveerden pas twee uur later met de
meest stoere verhalen.
Er werd gezocht naar een plaats
om een kamp op te slaan. Er werd een mooie plaats gevonden, maar nadat
de plaatselijke wandelvereniging onze tent had platgelopen kregen we toch
sterk het vermoeden dat we iets te dicht aan de rand van het dorp stonden.
Er werd een betere plaats gevonden, diep in de bossen. Of we de weg ooit
nog terug konden vinden wisten we niet, maar beschut zaten we zeker.
Er dienden wat stenen verzameld
te worden voor het kampvuur. Terwijl Martijn zei door zijn rug te gaan
bij het tillen van een kiezelsteentje kwam de rest met blokken graniet
aangesjouwd. Zoveel mogelijk droog hout werd in de ring van stenen gelegd
en de fik kon d’r in!
Tijdens het eten kwamen de verhalen
van team bèta boven water. "We waren omringd door wel 30 wilde
zwijnen! Mannetjes! En ze hadden enorme slachttanden!" Jaja, tuuuuuurlijk.
Jeroen trok voor de zoveelste keer
zijn struik-blik aan gort zodat hij het weer met zijn tanden moest openen.
"Jeroen, je moet ook eerst de gebruiksaanwijzing van zo’n blik lezen.
Dat openen is niet zo makkelijk als het lijkt!"
Na een fix aantal koppen soep sloeg
de vermoeidheid van de dag als een hamer op de hoofden van de bikkels en
team bèta. Er werd besloten te gaan slapen.
Jeroen en Erik kropen in alle luxe
in hun tent. Henk, inmiddels overgegaan in een andere persoonlijkheid was
nu officieel bikkel-af: hij zat bij team bèta en diende dan dus
ook daar de nacht maar door te brengen. Nix meer verhaaltje lezen voor
het slapen gaan, nix meer lekker warm in de tent! Aufgesaut!
"Wij hebben geen tent nodig!
Wij zijn bikkels, wij slapen onder de blote hemel, zoals dat bij bikkels
gaat!" schreeuwde team nul voor vertek naar de Ardennen. Nu probeerden
ze hopeloos met wat takken een hoopje plastic bij elkaar te houden om de
kou en nattigheid maar buiten te houden. "Het plastic blijft niet
bij elkaar zitten!" "Ik zei toch dat dat seal-apparaat alleen
op boterhamzakjes werkte!" Wij gniffelden vanuit ons tentje.
De volgende ochtend werd Henk (vanwege
een zeer sociaal schaarsteprobleem) een klont broodbeleg in de handen geduwd.
"Eet maar fijn op m’n jong, daar wordt je groot en sterk van!"
zeiden we in koor. Henk was blij met het beleg, anders had hij droog brood
moeten eten vanwege de kubieke cm jam tax van team bèta.
Martijn hielp team Alfa even op
weg door aan te wijzen op de kaart hoe er gelopen diende te worden. "Echt,
het KAN niet missen!" Na het niet te missen plekje volledig gemist
te hebben kwamen we weer op de gewenste route.
Het was zaak de markering achtergelaten
door team bèta te vinden. Zij hadden een perfect omschrijving gegeven
waar die diende te zijn, ware het niet dat dit alles in spiegelbeeld geinterpreteerd
diende te worden aangezien wij van de andere kant kwamen! Er werd verteld
dat hier bij de uitleg rekening mee gehouden was... niets bleek minder
waar.
Het begon al met aan welke kant
van het hek het markeringspunt zou staan. Na lang zoeken aan de aangewezen
zijde besloten Erik en Jeroen toch maar over het hek te gaan. "Er
staat geen spanning op de draden hoor, wij hebben het getest!" aldus
team B. Nou, als dat geen spanning was, dan spronk er zeker een vonk van
verliefdheid over tijdens het contact met het schrikdraad! Maar goed, het
markeringspunt werd gevonden.
Nu die wilde zwijnen nog zien te
vinden. Ze waren nergens te bekennen. Dat werd later met enige overmaat
gecorrigeerd. We kwamen er na een aardige wandeling eerst enkele tegen
die ons pad met een stormram-vaart kruisten.
Na een korte discussie welke kant
we op moesten lopen zagen we op de kaart dat we het noorden aan moesten
houden. Dat was vrij eenvoudige, want er was een brede doorgang door het
bos gemaakt, omdat er boven ons hoogspanningsleidingen liepen. Op naar
het noorden dus!
Op een gegeven moment zag Jeroen
aan zijn rechterhant een zendmast op een bergtop. "Moeten wij daar
niet heen? De kaart zegt van wel!" Maar het noorden was recht deze
brede gang door! Toen we onder de hoogspanningsleidingen vandaan liepen
zag team alfa het noorden zich enigszins bijstellen richting de zendmast.
Een beetje basiskennis natuurkund had ons natuurlijk kunnen vertellen dat
alleen enorme sukkels een kompas geloven onder een dergelijkl sterk elektrisch
veld... Echte survivers...
Een hele grote groep wilde zwijnen
dienden we nog te passeren alvorens we richting slaapplaats konden gaan.
Gelukkig waren die beesten nog effe een graadje dommer dan team alfa, zodat
we ze met rustig blijven (sjeezus Jeroen, kijk uit! Hij pakt je!!!! O jee
Stok, die slachttanden steken al in je rugzak!!! Rennuhhhhh!) ze mooi om
de tuin konden leiden...
Jeroen zag weer eens een mooi plekje
bovenaan een berg. Daar zouden we ons kamp opslaan. Als we hadden geweten
dat je een gevorderden klimdiploma nodig had om boven te komen dan hadden
we een ander plekkie uitgekozen. Maar we stonden werelds!
De volgende ochtend vertrok team
alfa naar Ham-sur-Meuse omdat ze zo ver voor op schema lagen. Daarna zijn
we bovenlangs via Aubrives naar Vireux gelopen en nog kwamen we als eerste
aan. Toen team bèta ook aankwam bleek dat dat team beautyfarm achtige
praktijken had toegepast (terwijl er eerst commentaar werd geleverd als
mensen hun tanden al poetsten) om de ranzige lichaamsgeuren en vette haren
enigszins te verstoppen.
Martijntje bleek een beetje ziekjes
en besloten werd maar te vertrekken naar Nederland, omdat het doel van
een volgende overnachting wel een beetje zoek was. We gingen nog even naar
de supermarkt voor alle zekerheid (bier voor onderweg?) en daarna op de
trein. Voordat we in België de bus inkonden moesten we eerst nog wat
lokale zwervers van ons afmeppen.
Na de busrit konden we de trein
in en op naar R’dam. Daar splitste team alfa op. Van les autres bikkels
is verder niets meer vernomen. Al met al is team alfa wel de grote winnaar
te noemen!!!
Maar
goed, na al dit ge-hike kun je maar beter teruggaan naar de 30B-homepage!